Sympathy for the Devil (Jean-Luc Godard, 1968)

Tijdens de première van Sympathy for the Devil sloeg Jean-Luc Godard een van de producenten op zijn gezicht omdat hij het einde van de film opnieuw had laten monteren. De producenten hadden ook de titel, die oorspronkelijk One Plus One luidde, veranderd om aan te haken bij de populariteit van de Rolling Stones, wier opnamen van het nummer “Sympathy for the Devil” de hoofdlijn van de film vormen. Ik heb het originele einde niet gezien, maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom Godard zo boos was. De toevoeging van de uiteindelijke versie van “Sympathy for the Devil”, bijvoorbeeld, is niet alleen overbodig en storend, het staat ook haaks op wat Godard hier probeerde te doen. Hij was geïnteresseerd in het productieproces en de bijbehorende machtsverhoudingen; de producenten in het product. Uiteraard wonnen de producenten dit gevecht en brachten hun versie van de film in roulatie.

De plot, als je daarvan kunt spreken, bestaat uit drie lijnen: de opnamesessies van de Rolling Stones in de Olympic Studios in Londen, een bijeenkomst van zwarte revolutionairen op de binnenplaats van een oude fabriek, en losse scènes waarin blanke radicalen voorlezen uit Mein Kampf, politieke leuzen en woordgrapjes als “Cinemarx” op muren spuiten, of elkaar interviewen over whatever westerse links-radicalen anno ’68 bezighoudt. 

Godard lijkt niet erg onder de indruk te zijn van de Stones. Hij filmt ze in ieder geval niet zoals ze normaliter gefilmd worden. Geen verliefde close-ups van Mick Jagger. Geen handheld shots om de fans een fly-on-the-wall-ervaring te bezorgen. Iedere scène bestaat uit één lange take waarin de camera traag door de ruimte beweegt. Hij kijkt koeltjes naar Micks zelfbewuste nonchalance — en draait zich van hem weg, naar rechts, langs de kleurige wandpanelen, om even te blijven hangen bij een klok. En weer terug naar links, langs de verveeld ogende drummer Charlie Watts, langs iemands been, een microfoonstandaard. Zelfverzekerd op de tast.

Godard maakt de kijker deelgenoot van het verglijden van de tijd in een microcosmos. Dat er in de passerende tijd een rockklassieker wordt opgenomen, is van ondergeschikt belang. De ruimte met de pastelkleurige wandpanelen en tussenschotten is even fotogeniek als de supersterren die hierin improviserenderwijs hun song ontwikkelen. Een voiceover die een nauwelijks te volgen spionageverhaal vertelt, wordt zonder pardon over de beelden en de muziek gemonteerd, kennelijk om te onderstrepen dat de Stones slechts pawns in a game zijn.

De film begint met een scène waarin Mick Jagger gitarist Brian Jones het akkoordenschema laat zien van het nieuwe nummer dat hij heeft geschreven. Het is een simpele progressie in een standaardritme, maar Jones krijgt het niet gespeeld. Jagger oogt vermoeid, maar hij blijft vriendelijk — misschien omdat de camera meekijkt. Jones zien we voornamelijk op de rug, net als Anna Karina in de openingsscène van Vivre sa vie. Wanneer we zijn gezicht eindelijk goed zien, blijkt dat hij er slecht aan toe is. Drugs. Alcohol. Oververmoeidheid. Wat het ook is, zijn bandgenoten kiezen ervoor om zijn gitaar in de mix op nul te zetten. We zien hem verbeten zijn best doen, verscholen achter isolatieschotjes waar alleen zijn kruin bovenuit steekt, maar alleen hij hoort over de koptelefoon wat hij speelt.

Maar Godard is niet geïnteresseerd in de psychologie van zijn personages. Er wordt nauwelijks ingezoomd. We verstaan zelfs nauwelijks wat er gezegd wordt. We komen niets te weten over Mick Jagger of Brian Jones behalve wat we zien op de momenten dat de camera zich op hen richt. Maar tussen de bedrijven door krijgen we wel een aardig beeld van de coterie rond de Stones, van de onderlinge verhoudingen, en van hun productieproces.

Jagger en Richards domineren de sessies, vrijwel woordeloos. Alle ogen, zeker die van Charlie Watts en bassist Bill Wyman, zijn op hen gericht. Brian Jones zit verstopt achter een schotje en wordt genegeerd. Af en toe wordt er overlegd met producer Jimmy Miller, maar alleen door Mick en Keith. Wanneer de camera een rondje door de ruimte maakt — eerst voor de Stones langs en dan achter de isolatieschotten langs naar de andere kant en terug — blijkt dat er een behoorlijk aantal mensen aanwezig is, in de periferie, buiten de magische cirkel. Een jongen staat achter de schotten in uiterste concentratie mee te luisteren. Wanneer de camera een paar minuten later bij hem terugkeert, staat hij nog steeds onbeweeglijk op dezelfde plek. Naast hem zit een jongen op de grond te schrijven, of te doen alsof. Anita Pallenberg is er ook. Het jaar daarvoor was zij met Brian Jones, nu is ze met Keith Richards. Brian legt zijn hand op de rug van zijn nieuwe vriendin, die van een afstandje moeilijk van Anita is te onderscheiden.

De studioscènes worden regelmatig onderbroken door schreeuwerige politieke happenings. Zwarte mannen met mitrailleurs zitten op een fabrieksterrein op en rond opgestapelde autowrakken. Het zijn de auto’s die in Godards onconventionele roadmovie Weekend (1967) door het Franse landschap lagen gestrooid. Hier staan zwarte militanten op dit afval van de westerse beschaving en schieten achteloos blanke vrouwen dood terwijl een van hen voorleest uit Eldrigde Cleavers Soul on Ice. Een andere man dreunt een tekst van LeRoi Jones op over hoe  de blues van zwarte musici gestolen werd door “white boys who need a haircut and male hormones”. (Hoe zou Mick Jagger deze scène hebben ervaren? Zeker is dat hij een paar jaar later “Sweet Black Angel” schreef, een bluesy ode aan Angela Davis.)

De scènes waarin blanke radicalen teksten opdreunen, voegen niet veel toe aan wat Godard een jaar eerder deed in La Chinoise, een losse bewerking van Dostojevski’s roman Demonen. Maar ze maken wel duidelijk waar het Godard hier om te doen is.

Overal waar mensen samenkomen, ontstaat politiek; politiek is altijd gesitueerd in een specifiek hier-en-nu. Een geluidsstudio, een fabriek, een hotelkamer, een tijdschriftenwinkel, zelfs een open plek in het bos waar revolutionairen samenscholen — het zijn allemaal in zekere zin politieke ruimtes. 

Tout va bien, Godards overdenking van de gebeurtenissen van mei ’68 in Parijs, begint met het specificeren van de datum. 2 ou 3 choses que je sais d’elle begint met het afbakenen van het gebied waarin het verhaal zich afspeelt (een arrondissement van Parijs). In Sympathy for the Devil neemt de camera je mee naar Londen ’68. Dit is het jaar van de rellen op Grosvenor Square (zie mijn vorige blogpost). Het is ook het jaar waarin Martin Luther King vermoord werd en de Black Power-beweging radicaliseerde en internationaliseerde. Waarin, zoals Mark Kurlansky schrijft, ‘negers’ ‘zwarten’ werden. En waarin de Britse politicus Enoch Powell zijn Rivers of Blood-speech hield, waarin hij waarschuwde dat “in 15 or 20 years’ time the black man will have the whip hand over the white man.” Godards film geeft je het gevoel midden in het politieke moment te zijn beland.

Tijdens de eerste sessie voor “Sympathy for the Devil” zingt Mick Jagger: “Who killed Kennedy?” Later zingt hij: “Who killed the Kennedys?” In de tussentijd is Robert Kennedy vermoord. In dit gegeven komt zo’n beetje alles samen waar deze film voor mij over gaat: de verhouding van de specifieke plaats en tijd tot de geschiedenis, de relatie tussen kunst en politiek, machtsverhoudingen in het groot en klein.

Zoals de producenten de strijd wonnen van Godard, en hun versie van de film uitbrachten, zo wonnen de commercie en het establishment de politieke strijd van de achtenzestigers. “1968” zong weliswaar nog lang door, maar de revolutie bleef uit. Tekenend is de verdere ontwikkeling van de Rolling Stones. Na jarenlang de most dangerous band in the world te hebben gespeeld, transformeerden ze zich in de jaren zeventig tot het corporate rock-circus bij uitstek. In 2003 werd Mick Jagger door de Prins van Wales in de ridderstand verheven. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s