The Shooting (Monte Hellman, 1966)

The Shooting is een korte, met bescheiden middelen gemaakte western die voortbouwt op de jarenvijftigwesterns van Anthony Mann, Budd Boetticher en John Ford. (Hij doet met name denken aan Boettichers fantastische Seven Men from Now uit 1956.) Boetticher had een beproefd westernschema tot het bot uitgebeend: enkele personages die elkaar naar het leven staan, zijn gedoemd een gezamenlijke reis af te leggen. Hellman gaat een stap verder door de waaromvraag onbeantwoord te laten. Het enige dat nog telt is de reis zelf. Zo ontstaat een film die formeel niet heel erg afwijkt van de traditionele western, maar toch een heel andere feel heeft. Men spreekt wel van “existentiële westerns” — wel, dit is er een.

Het westerngenre werkt met een beperkt aantal basisgegevens die uitgesproken ideologisch geladen zijn. De revolverheld, de bandiet, de Indiaan, de redemptive woman, de lichtekooi, de prairie, het wetteloze stadje, et cetera. De kleinste verschuiving zet de wereld van de western — zijn waarden, zijn ideologie — op z’n kop. Dit gebeurt niet toevallig: westernregisseurs zijn zich altijd bewust geweest van de mythische, ideologische en politieke lading van hun (door kijkers vaak als onschuldig ervaren) verhalen en beeldtaal.

Monte Hellman doet het in The Shooting met vier personages en hun paarden (die opmerkelijk aanwezig zijn), een armzalig goudmijntje omgeven door kale heuvels, een paardenwisselstation, twee bijpersonages waarvan er een zwijgt en de ander nauwelijks Engels spreekt, en de woestijn van Utah.

Warren Oates speelt Willett Gashade, een man waarover we niets te weten komen, behalve wat we op het scherm zien. Hij heeft geen verleden: geen in de burgeroorlog beschadigde ziel zoals Ethan Edwards in The Searchers van John Ford (1956); geen door bandieten vermoorde echtgenote als Ben Stride in Seven Men from Now. Hij bestaat alleen uit zijn woorden en daden.

Tijdens zijn afwezigheid op de goudmijn is een van de mannen met wie hij samenwerkte, Leland Drum, door een ontzichtbare vijand doodgeschoten. Gashades sidekick Coley (Will Hutchins), die hiervan getuige was, treft hij bij thuiskomst bijna gek van angst aan. Coley praat aan een stuk door, op een manier die doet denken aan de personages die Walter Brennan vaak speelde (denk aan Stumpy in Howard Hawks’ Rio Bravo), maar zonder diens humor. Hij brengt nadrukkelijk géén comic relief. Dit afwijken van het vaste repertoire van dit stock character is veelzeggend: vanaf het allereerste shot — een paard staart voor zich uit; plotseling verspringt het oog schichtig — heerst hier een sfeer van angst en paranoia.

Voor zijn dood heeft Leland Coley verteld dat Gashades broer Coigne misschien iemand vermoord heeft in de stad: “a little person, maybe a child”. Vlak hierna verdween Coigne plotseling van de mijn, en even later werd Leland van een afstand doodgeschoten. Gashade vindt het een raar verhaal: “My mind’s all unsatisfied with it.”

Er verschijnt een mysterieuze vrouw die Gashade duizend dollar biedt om haar te begeleiden naar Kingsley, aan de andere kant van de woestijn. Waarom wil ze niet zeggen. Haar naam ook niet. Gashade neemt het aanbod weifelend aan.

Onderweg blijkt al snel dat ze worden gevolgd. De vrouw schiet in het wilde weg kogels de woestijn in, kennelijk met de bedoeling om de achtervolger te laten weten waar ze is.

Bij het wisselen van paarden in het gehucht Crosstree blijkt dat Coigne even daarvoor dezelfde route heeft afgelegd. Wanneer de achtervolger, hired gun Billy Spear (Jack Nicholson), zich bij hen voegt, begint Gashade te vermoeden dat Billy en de vrouw jagen op zijn broer.

Volgt een klassieke zoektocht door de woestijn. De sluwe held, zijn domme, maar in en in goede sidekick, de mysterieuze (en dus onbetrouwbare) mooie vrouw (geleend van de film noir) en de jonge, schietgrage gunfighter. Paarden die bezwijken onder de hitte. Watertekort. Een ontmoeting met een baardige vreemdeling die te uitgeput is om te praten.

Zo belanden we bij de ontknoping, de scène die het meeste afwijkt van de klassieke western. Gashade en Billy Spear hebben hun onvermijdelijke krachtmeting net achter de rug. (Tegen de verwachting in is daar geen schot bij aan te pas gekomen. In plaats daarvan heeft Gashade de hand waarmee Billy schiet verbrijzeld met een grote steen. Dit is verrassend omdat je verwacht dat de held zal laten zien dat hij een betere schutter is dan de bad guy. Hier wordt heel bewust gebroken met een genreconventie.) Nu strompelt Gashade op zijn laatste kracht achter de vrouw aan.

De vrouw heeft de man op wie ze jaagt in een hoek gedreven. De man probeert te vluchten tussen de rotsen en draait zich om. Het is… Gashade! Hij richt zijn pistool op de vrouw. De andere Gashade duikt bovenop haar. Er klinken schoten. De vluchteling gaat in bijna psychedelische slow-motion tegen de grond. Gashade fluistert: “Coigne…” De man was kennelijk zijn tweelingbroer.

De film eindigt met de woestijn. In de verte dwaalt Billy Spear, de schutter die niet meer schieten kan. Het beeld is onwerkelijk, psychedelisch bijna, en lost na een laatste schittering op in het helwitte zonlicht.

Waarin wijkt deze western nu wezenlijk af van zijn genregenoten?

Ten eerste is Gashade niet eenduidig gemotiveerd. Aan het begin gaat hij om het geld in op het bod van de vrouw. En omdat zij hem fascineert. Daarnaast wil hij weten wat er met zijn broer is gebeurd (heeft hij echt een kind vermoord?), en met zijn compagnon. Maar stelt hij hierover gerichte vragen? Nee. Hij gist. Hij broedt. “It’s just a feeling I got to see through,” zegt hij tegen Coley. “Just that.”

Zelfs wanneer Coleys paard het begeeft, en Gashade gedwongen is om hem in de schroeiende woestijn voor de gieren achter te laten, gaat hij door. Omdat hij een moord wil voorkomen, zegt hij. “I got my reasons for staying. There ain’t gonna be no kill.” Ondertussen vermoedt de kijker dat hij ook door iets anders gedreven wordt. Iets dat zich lastig laat omschrijven.

De vrouw wil wraak nemen op de man die haar kind vermoord heeft. Billy Spear gaat mee om de vrouw (“because she likes me”). Gashade wil een moord voorkomen. Maar waarom heeft de vrouw Gashade überhaupt meegenomen op deze trip? En waarom rijdt hij niet voor haar uit om zijn broer te waarschuwen?

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit wat Gashade en de andere personages concreet motiveert om tot het bittere einde door te gaan. Belangrijk is dat alle mogelijke verklaringen niets afdoen aan het gevoel van zinloosheid dat de expeditie aankleeft. En het gevoel dat alleen doorgaan er nog enige betekenis aan kan geven.

Hiermee wijkt de film af van een klassieke western als Red River. In deze film van Howard Hawks uit 1948 spreekt het voor zich waarom de held doet wat hij doet, en waarom dat van waarde is. Het hoofdpersonage (gespeeld door John Wayne) trekt koppig met zijn kudde koeien van Texas naar Missouri, ondanks de enorme afstand die hij moet afleggen, en ondanks de weerstand die zijn koppigheid oproept onder zijn mannen. Ook Dunson (Wayne dus) wordt meervoudig gemotiveerd (door hebzucht, trots, machtswellust), maar niemand ervaart zijn missie als zinloos. De waarden die hier op het spel staan, zijn waarden die centraal stonden in naoorlogs Amerika: persoonlijke verantwoordelijkheid, trouw, enterprise, mannelijkheid,  professionaliteit, et cetera.

In The Shooting draait het om iets anders. De film werd opgenomen in 1965. John F. Kennedy was anderhalf jaar eerder doodgeschoten. Twintig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog beet de Johnson administration zich koppig vast in een zinloze oorlog aan de andere kant van de wereld. De burgerrechtenbeweging kreeg grote bijval, maar ook grote tegenstand, de zogenaamde white backlash. Onder jongeren verspreidde zich een gevoel van existentiële vervreemding en onrust dat tot uiting kwam in een nieuw soort jeugdcultuur; in protest, druggebruik, muziek (de zomerhit van dat jaar was “(I can’t get no) Satisfaction”), lifestyle, en film.

In de jaren vijftig waren de waarden en conventies van het westerngenre door een aantal regisseurs aan een kritisch onderzoek onderworpen. Anthony Mann gaf de revolverheld een geloofwaardiger psychologisch profiel, en liet zien dat westernwaarden als heldendom en standvastigheid hun keerzijden hebben. John Ford ging nog verder. In The Searchers liet hij zien dat de mythe van de frontier gebaseerd was op een eurocentrisch, racistisch wereldbeeld.

In de jaren zestig raakte het genre in het slop. De revolverheld was, mede dankzij Mann en Ford, maar vooral ook door maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, een verdacht figuur geworden.

Enter Monte Hellman. Hij was een protegé van Roger Corman, een producer en regisseur van talloze exploitatiefilms — snel en goedkoop gemaakte films die, met een combinatie van seks, drugs en geweld, gericht waren op een jong publiek. In 1966 regisseerde Corman The Wild Angels met Peter Fonda (zoon van westernheld Henry Fonda), een van de eerste bikerfilms, en deels gebaseerd op westernconventies. The Trip (1967), ook met Peter Fonda,  was een van de eerste films waarin een LSD-trip werd verbeeld. Tel beide films bij elkaar op en je hebt een aardige voorstudie voor countercultureklassieker Easy Rider (Dennis Hopper in cowboy-outfit op een stalen ros). The Shooting werd mede geproduceerd door Corman. Het is geen exploitatiefilm, maar wel duidelijk een product van de tegencultuur.

Dit laatste geldt nog duidelijker voor Hellmans volgende film, Two-Lane Blacktop (1971), met Dennis Wilson (drummer van de Beach Boys) en singer-songwriter James Taylor. Hierin komt de existentiële vertwijfeling die Gashade in zijn greep houdt pas volledig tot rijping.

Twee jongens rijden in een auto van het westen naar het oosten (de tegenovergestelde richting van de westbound revolverhelden) en storten zich in een crosscountry-race met een toevallige passant, gespeeld door Warren Oates. De vraag waarom ze dit doen, wordt nooit beantwoord. Het begint leuk, als een serieuzere voorloper van The Cannonball Run, maar gaandeweg slaat de stemming om en begint het de kijker te dagen dat de personages, ook Oates’ ogenschijnlijk jolige personage, gebukt gaan onder drukkende vertwijfeling en wanhoop.

De wereld waar Hellmans helden in geworpen zijn is absurd. Alleen door hun eigen absurde handelen tot het uiterste door te voeren, krijgt het absurde nog enige, zij het kortstondige, zin. Zoals Ramses Shaffy tien jaar later enigszins pathetisch zong:

We zullen doorgaan
Met het zweet op ons gezicht
Om alleen door te gaan
In een loopgraaf zonder licht
We zullen doorgaan

Shaffy zag nog heil in “doorgaan tot we samen zijn”. De helden van Hellman staan er alleen voor; hoe verder ze doorgaan, hoe verder ze van elkaar verwijderd raken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s